| 2'40 |
Vroeger nooit bleker |
|
|
Ja, m’n
lijf ligt daar stokdood, de
verslagenheid is groot, m’n geest
hangt besluiteloos te zweven, toch kan hij
alles horen, m’n ziel kan alles zien, al kwam ik
dan zo-even om het leven. Mijn vriend
de humorist staat bij de
open kist en zegt:
“Ik zag ‘m vroeger nooit bleker, ik heb ‘m
nochtans zo gewaarschuwd en hij heeft alweer te lang in de
maan gelegen, zeker ?” Ik word wat
afgeslankt in de
organenbank. Kan ik me
toch uiteindelijk nuttig maken ? Helaas, mijn
lever is verzopen, mijn nieren zijn versteend en ’t zien
van m’n longen doet zelfs chirurgen braken. Maar één
dokter doet zijn plicht: hij naait de
boel weer dicht en nu pas
dringt de vraag tot m’n ziel door: Hoe moet dat
op de Laatste Dag met de opstanding van ’t vlees, zal Jezus nog
wel wet wàt bij wie hoort ? Tot mijn
groot jolijt word ik
begeleid door
d’Aaigemse fanfare “Nieuw Leven”, dat is dus
een première en dernière tegelijk en ’t kost
m’n weduwe ’n vat of zeven. Mijn vriend
de gitarist drinkt wat te
rap trappist, de humorist
is alweer grappen aan ’t vertellen en ik ga maar
eens kjken, richting noordzuidoostwest, bel
mij niet, ik zal jùllie bellen !
|