| 1’58 | Een vrolijk lentelied | |
|
Daar is de
lente, daar is de zon bijna - maar ik
denk dat ze weldra zal komen-, de fallus
impudicus staat al in bloei en de blaadjes
krijgen bomen ! M’n vrouw en
m’n kat zijn allebei krols, het valt me
moeilijk ze rustig te houden, ik zal
binnenkort weer ‘n heleboel nesten moeten
bouwen ! Daar is de
lente, daar is de zon bijna - maar ik
denk dat ze weldra zal komen-, de fallus
impudicus staat al in bloei en de blaadjes
krijgen bomen ! De bloembollen
barsten open met een knal en de
meisjes ontbloten de kuiten, de bouwvakkers
hebben na ‘n nare tijd weer iets om
naar te fluiten ! Daar is de
lente, daar is de zon bijna - maar ik
denk dat ze weldra zal komen-, de fallus
impudicus staat al in bloei en de blaadjes
krijgen bomen ! Daar is de
lente, daar is de zon bijna - maar ik
denk dat ze weldra zal komen-, de fallus
impudicus staat al in bloei en de klokken vertrekken naar Romen !
|
| Terug naar "HèHè" =7 | ||