Biografie
|
Jan De Wilde werd op 1 januari 1944 in Aalst geboren als derde kind. Toen hij 9 jaar was overleed zijn vader. Hij liep school in het Sint-Maartensinstituut, ’n college met een knapenkoor waarin hij meezong van z’n vijfde tot z’n veertien jaar. (Dat koor zou later het befaamde Cantate Domino worden). Toen zijn sopraanstem brak, verzamelde Jan wat lotgenoten en stichtte zijn eigen koortje. In de middelbare latijn-wiskundige afdeling begonnen ook zijn kladschriftjes meer en meer satirische cartoontjes en stekelige karikaturen van professoren te vertonen (zie "Plastisch werk - Tekeningen"). In het begin van de jaren zestig leerde Jan instrumenten bespelen en verzon hij zijn eerste melodietjes en teksten. Hij werd muzikaal aangetrokken, eerst tot mensen als Georges Brassens, Kor van der Goten en Jaap Fisscher en later door Bob Dylan, maar evengoed ook door de vroege rock ’n roll, rauwe spirituals en Johan Sebastian Bach. Zijn eerste publieke optredens dateren van 1962, zijn eerste live tv-optreden van ’65. In deze periode volgde hij kunstonderwijs aan de St. Lukasacademie en was hij ook, als lid van jeugdclub St Joris in Aalst, actief bezig met fotografie en vooral met poppentheater. Toen hij afgestudeerd was exposeerde hij ’n paar keren z’n schilderijen (zie "Plastisch werk"):
Op 22 juli 1967 huwde hij met Lieve Van Steenberghe. Bij aanvang van de zeventiger jaren raakten die invloeden stilaan verteerd en groeide zijn bekendheid, vooral in het Humorfestival van Heist speelde en zong hij zich in de kijker. Zijn populariteit toen was in grote mate een gevolg van zijn aparte manier van liedjesmaken en zijn bevreemdende houding op het podium. Hij had ook van in den beginne een zekere invloed op zijn collega’s. In Kleinkunstmiddens werd Jan ooit “Jan, de Eerste” genoemd. Talloos zijn zij die hem als hun voorbeeld zagen. Tijdens de vele jaren die Jan al op het podium staat werden uitermate lovende kritieken geschreven: “Jan De Wilde schijnt immuun te zijn voor invloeden, zo persoonlijk en origineel is z’n inspiratie.” – Johan Anthierens in “De Standaard” “Jan De Wilde komt steeds met briljante pareltjes tevoorschijn die de tand des tijds met grote onderscheiding zullen trotseren en nog in waarde zullen stijgen naarmate het einde van de wereld nadert”. – Urbanus Jan werkt zeer traag en nauwgezet aan zijn liedjes, al lijken ze ongepolijst. Zijn muziek is nooit gesofistikeerd, soms zelfs clichématig. Zijn teksten zijn nog altijd ironisch, dan weer sarcastisch. Sommige teksten krijgen recentelijk een meer tedere onderbouw. Met ouder te worden is ook zijn stem veranderd en heeft ze aan timbre gewonnen. In 1987 schreef hij de muziek voor de eerste Urbanus-film “Hector”. Jan De Wilde treedt al ruim 25 jaren op met het Combo. De bezetting werd tijdens die jaren enkele malen gewijzigd. Uitzonderlijk trad Jan op in andere combinaties:
Alle teksten van Jan werden verzameld in een uitgave van Uitgeverij Houtekiet: “Niks aan dan vel” (ISBN: 90– 240-593 –X). Dit boekje is inmiddels uitverkocht Jan heeft vooral furore gemaakt met de CD “Hè, Hè” waarop de klassiekers staan:“De Fanfare van Honger en Dorst”, “Eerste Sneeuw” en het scheldlied “Hè, Hè”, en wie spitst niet de oren als in de radio “Daar is de lente …..” of “Joke” aangezet worden of “Walter, ballade van een goudvis” en “Favoriete Beest”. Tijdens zijn optredens worden de liedjes aaneengepraat op Jan’s typische manier, met zelfspot en droge humor. Ieder optreden is trouwens een belevenis op zich: er zijn de prachtige liedjes en de verassende bindteksten, maar Jan slaagt er steeds opnieuw in om iedereen in de ban te brengen van de gemoedelijke en soms zeer intimischte sfeer.
|

.jpg)
