5’21

De fanfare van honger en dorst

 

Lieven Tavernier

 

We liepen in Gent rond,

we waren met zessen,

we kwamen van nergens

gingen nergens naar toe,

vanaf de terrassen,

in de koffiehuizen

bekeken we de mensen

en hun drukke gedoe.

We liepen met ons hoofd in de wolken

en werden dan wakker van honger en dorst

en iedereen riep: kijk daar loopt de fanfare,

de fanfare van honger en dorst.

 

We hadden geen geld om eten te kopen,

maar we wisten voor alles het beste adres,

mosselen bij Leentje

en frieten bij Helga

en Annie bewaarde voor ons wel een fles.

En iedere nacht, nog net voor het slapen

de laatste vijf frank in Eddies joeboks.

“A hard rain’s gonna fall”,

we zongen ‘t allemaal samen,

de fanfare van honger en dorst.

 

En kwam er een vrouw

die een van ons meenam,

dan namen we afscheid en zegden vaarwel,

de fanfare trok verder

met minder leden,

de toon in mineur,

we begrepen dat wel.

Maar er was nooit een vrouw

die mooier kon zingen

dan onze fanfare van honger en dorst

en het duurde nooit lang

of we waren weer samen

met de fanfare van honger en dorst.

 

Wie van ons had ooit durven denken

dat iedereen van ons voorgoed weg zou gaan,

we hebben toen zelf de fanfare ontbonden,

we hebben als iedereen de prijs zwaar betaald.

De prijs van de vrijheid: in ruil voor wat centen,

een baan bij de bank, een auto, een kind,

maar ergens in de stad zingt

een nieuwe fanfare,

een nieuwe fanfare van honger en dorst

een nieuwe fanfare van honger en dorst.

 

Terug naar "HèHè" = 7